Verslag Omen 11 (beetje laat)
19 August 2011
By on 14:14

(Hier dan eindelijk het verslag van Omen 11. Wat ik me er dan nog van herinner dan. Wat korter dan anders. Dit verhaal speelt zich af na het gesprek tussen Dur'ithil, Lyavanna en Luthine op het Anarquendorforum.)

Verslagen keek ik naar het tentdoek. De bomen wierpen dansenden schaduwen in het licht van de maan. De nacht was niet koud, maar toch huiverde ik. Hoe kon hij zo koud zijn? Ik draaide me op mijn zij en kneep mijn ogen samen om de tranen tegen te houden. Was het niet de bedoeling om obstakels in je leven, samen met je liefde te overwinnen? Waarom liet hij me niet helpen met zijn strijd? Hij was steeds maanden weg. Hij liet me niet helpen, maar hij hielp mij ook niet. Ik had er helemaal alleen voor gestaan. En ook nu was ik weer alleen. Een brok vormde zich in mijn keel. Ik had hem nodig. Geen kusje op mijn voorhoofd, geen betuttelende woorden. Hij had toch ook gevoeld hoe mijn ziel in stukken gescheurd werd? Hij had me laten zitten alsof ik een sneetje in mijn vinger had en daar moord en brand om geschreeuwd had.

Dur'ithil had me gered. Die dag van de missie. Toen een stem in mijn hoofd zei dat mijn ziel aan hem behoorde. Toen ik niet meer ademde, vastzat in het zwart bij de stem. Dur'ithil had zijn levenswarmte, zijn liefde gedeeld en ik had mijn ogen weer geopend. Sinds die dag voelde ik zijn pijn en hij de mijne. Sinds die dag kon ik de tekening op mijn gezicht niet meer wegwassen.
Balamaethor in het bijzonder maakte zich heel veel zorgen. Ik sprak met hem en samen kwamen we tot de conclusie dat die stem waarschijnlijk van Sion of Kalithxe9 moest zijn geweest. En dat ik het beste op zoek kon gaan naar de Orde van de Hamer die een aantal jaar geleden de profetie met mij had verbonden. Twee avonden geleden waren er mensen van de Orde in het dorp. Ik dacht dat ze me op zouden pakken, maar besloot toch met hen te praten. Ze konden mij niet helpen. De man die de dag erna in het dorp kwam zou dat misschien wel kunnen.
Ik rilde bij de herinnering aan de man. Aan zijn lijfwachten, zijn donkere blik en het litteken over zijn gezicht. Marleen vertrouwde hem ook niet. Maar hij vond haar en ging daarna opzoek naar mij. Naar de 'vervloekte profetie', zoals hij me noemde. Angstig had ik toegekeken hoe Beriadanwen en Jaques met de man praatten. Ze wilden dat ik de profetie aan de man gaf, zodat zij hem konden onderzoeken. Begrepen ze dan niet dat ik verbonden was aan de profetie? Dat ze me pijn konden doen? Dat ze Dur'ithil pijn konden doen? "Er zal je niets gebeuren," bleven ze zeggen, terwijl ze mij naar het ritueel brachten. Angst sloeg me om het hart en ik rende weg. Maar ik werd weer terug naar de cirkel gebracht. Jacques vertelde dat het een les voor hen en de anderen van Angharad was. Dat vond ik heel storend. Jacques zei: 'Je vertrouwt me toch?' Maar dat deed ik niet. De enge man kwam erbij. Hij was heel rustig en beangstigde me niet meer. Hij probeerde me gerust te stellen. Hij zou erbij zijn. Hij zou niets mis laten gaan. En ik kon als ik wilde ook in de cirkel gaan staan. Mordred noemde het een stuk papier. Toen werd ik weer bang. Het is geen stuk papier, het is een deel van mij. Pas toen ze dat heel goed beseften ik legde ik de profetie in de cirkel.
Van af de rand van de cirkel keek ik toe. Heen en weer lopend langs de lijn. Anarquendor pakten me vast en probeerden me gerust te stellen. Maar ik kon alleen nog maar naar de profetie kijken. Het voelde alsof er iemand in mijn lijf prikte met een stok. Alsof ik daar in de cirkel lag. Ik voelde me in twee stukken gescheurd. Een stuk in en een stuk buiten de cirkel. Een krachtig verlangen trok me naar de cirkel. Een verlangen om weer heel te zijn. Ik had er alles aan gedaan om weer heel te zijn. Meerdere Elven grepen me beet, maar konden mij niet houden. Een sterkere kracht trok me in de cirkel. Anderen werden de cirkel uitgeworpen.
Alleen de man en ik waren nog in de cirkel. Nog nooit eerder voelde ik zulke pijn. De profetie lag ergens anders in de cirkel. En ik voelde hoe ik in tweexebn werd gescheurd. Alsof twee sterke klauwen me van binnen openreten. Mijn ziel in stukken werd gescheurd. Schreeuwend kronkelde ik over de grond, mijn vingers klauwden zich in de aarde. Ik kon niet meer denken, er was alleen nog pijn. Pijn die ontstond vanuit het diepste van mijn hart en ziel en uitelkaar getrokken werd. Tussen mijn wimpers, het stof en de tranen zag ik de profetie. Ik moest weer heel worden. Pas toen ik wist wat ik moest doen, ging de pijn langzaam weg en de priesters kwamen terug in de cirkel. Ik pakte mijn boek en mijn potlood en begon te schrijven. De profetie was nog niet af. Het had geen eind. De profetie vertelde over een zwarte wereld met Kalithxe9 als heerser. Maar dat klopte niet. We hadden Kalithxe9 verslagen. Woorden stroomden als een waterval door mijn vingers op het papier. Toen ik het einde had geschreven en opgelezen voelde ik me heel. De band met de profetie was hersteld. Ik voelde me vermoeid maar gelukkig. Het klopte weer.

Dur'ithil had dit gevoeld. Hij was gekomen en had naar me geluisterd. Maar niet genoeg. Hij was opgestaan en vertrokken. Lyavanna had naast me gezeten, maar ik was alleen. Ik was alleen in de cirkel geweest en ook in het tweede ritueel was ik alleen geweest. Ik ben de profetie en dat is iets wat ik alleen moet doen. Tranen rolden over mijn wangen. Ik greep de dekens vast en verborg me in mijn bed. Hij was niet gebleven om de rest van het verhaal te horen. Lyvanna, Marleen, Radaghen, ze hadden zoveel voor mij gegeven. Zoveel anderen hadden zich in gevaar gebracht voor mij. Want de profetie was heel, maar wie was de stem die mijn ziel toegexebigend had? Lyavanna, Marleen, Radaghen, ze zouden mij helpen. Ze zouden zoeken naar de stem. Alanxeb had een cirkel voorbereid. We vertrokken naar mijn beelden van het verleden. Van het moment dat de stem zich had laten horen. Radaghen en Marleen gingen verder, Lyavanna en ik bleven wachten. Het duurde lang, te lang. De angst nam toe. Waar had ik ze in meegenomen? Zwarte mannen. Zwarte mannen hielden Radaghen en Marleen in bedwang. We hoorden de angst in hun stemmen, de strijd om aan de zwarte greep te ontsnappen. "Ga terug!" riepen ze naar ons. Met al onze kracht probeerden we terug te keren naar de cirkel. Daar zag ik hoe mijn vriendinnen in de cirkel lagen. Een zwarte man kwam mee. Hij martelde iedereen om mij heen. "Stop," smeekte ik. Hij lachtte en ging door met martelen. Iedereen die de cirkel in probeerde te komen, degene die zich vanuit buiten probeerden te bemoeien en mijn vriendinnen in de cirkel. "Stop. Laat ze met rust. Ik ben degene die je geroepen heeft. Laat de anderen met rust." Eindelijk keek hij naar mij. "Ga!" schreeuwde ik naar iedereen die nog probeerde te helpen. "Ik moet dit alleen doen." Alleen…. ik moest dit alleen doen. De stem, hij was van Kalithxe9 geweest. Kalithxe9 was de hoofdpersoon in de profetie. Hij had de profetie nodig gehad. En nu… nu wilde hij dat ik zou beloven aan hem om een nieuwe profetie te schrijven. Ik wist wat het betekende. Als ik zou weigeren, betekende dat mijn dood. Dan zou ik de profetie los moeten maken, mijn ziel moeten scheuren, ik zou sterven. Als ik zou weigeren, zou iemand anders de verantwoordelijkheid moeten dragen. Ik wist hoe het voelde, ik zou deze opdracht opnieuw accepteren. "Zweer het!" schreeuwde de man. "Zweer het op Kalithxe9." Ik keek de Anarquendor buiten de cirkel aan. Ik dacht aan Dur'ithil. "Ik zweer het," mompelde ik. "Ik zweer op ALLE goden," zei ik luider. De man zei de woorden voor en ik herhaalde ze. Eindelijk liet hij me gaan. Hij liet iedereen om me heen gaan. Schaamte en dankbaarheid vermengden zich. Deze mensen deze elven hadden voor mij willen vechten. Ik was gevaarlijk voor ze. Het verlangen om me terug te trekken zoals Dur'ithil deed, bekroop me. Maar dat kon niet. Ik had een taak en deze moest volbracht worden.

Ik sprak met het orakel. Een lieve man die in het dorp rondliep, verward en verloren. Hij was als een boek, vol informatie maar zonder gevoelens. Hij kende zijn verleden niet, hij wist niet wat angst of liefde was, hij wist alleen wat hij moest weten. Ik schreef zijn woorden op en hoopte dat ze me zouden helpen met het schrijven van een nieuwe profetie.

Ik keek naar de stapel boeken naast mijn bed. Het boek van Mok bovenop. Vele waren gestorven. De oorlog tegen Kalithxe9 was ten einde, maar er was altijd strijd. Ik moest zorgen dat er ook altijd ruimte zou zijn voor liefde. Mijn handen zochten naar het amulet wat ik voor Dur'ithil had gemaakt. "Wij hebben beiden paden die we alleen moeten volgen, maar ik zou mijn pad nooit kunnen blijven volgen als ik niet wist wat liefde was. Put kracht uit mij, je bent niet alleen." Ik sloot mijn ogen en viel in slaap.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>